band (muziekgroep)

substantiefprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Na een tour in 2014 kondigde de band een pauze aan.

Volgende week komt de band naar Nederland.

In januari treedt de band op in de Ziggo Dome in Amsterdam.

Bruine kroegen, schuimend bier en live bands op houten podia.

Ik wou gewoon écht in een band spelen.

In amper zestien maanden tijd bracht de band twee platen uit.

De band speelt op 7 mei in Amsterdam.

Een dag vol uiteenlopende bands en artiesten.

De band De Dijk gaf er de meeste concerten.

Veel artiesten, bands en dj's komen langs.

De band brak door met het derde album, Damn The Torpedoes.

Ze praat door terwijl de band een tussendoormuziekje inzet.

De band uit Boston klinkt alsof hij recht uit een Ierse pub komt.

En de band maakt niet zomaar liedjes, er is goed over nagedacht.

Desondanks gaat de band deze zomer op tournee.

We konden in de kleinere locaties jonge bands ontdekken.

Toen ik die soulgroep zag, wilde ik ook een band oprichten.

Toen Peter Gabriel de band verliet, nam drummer Phil Collins het over.

Nu nog een band vinden om te spelen.

Ze kunnen spelen in elke situatie, in elke stijl, in elke band.

Ook die andere band op de affiche, The Obscure, lokte volk.

Het is een van de vele bands op het festival die zich laten inspireren door de stad.

Hij is intussen vertrokken met de band op tournee door Korea en Japan.

Hij is onder meer bekend van de band James Farm met saxofonist Joshua Redman.

Ik sla een noot aan, de rest van de band volgt.

De zanger van de band, Pat Krimson, ontving de prijs uit de handen van Vlaams minister-president Geert Bourgeois.

Betekenissen

subject bij

Welke werkwoorden hebben band als subject?

aankondigen

afscheid nemen

beginnen

bestaan

brengen

debuteren

de stekker eruit trekken

doorbreken

er de brui aan geven

gaan

(29 meer)

object bij

Welke werkwoorden hebben band als object?

aankondigen

beginnen

boeken

draaien

horen

kennen

kiezen

leiden

missen

ontdekken

(8 meer)

determinator

substantief

aantal

paar

soort

pronomen of numerale

alle

beide

de meeste

diverse

elke

meer

minder

sommige

veel

verschillende

bepaling voor "band"

adjectief, participium of numerale

Afrikaans

Amerikaans

Amsterdams

Antwerps

Belgisch

Brits

Duits

Engels

Europees

Frans

(44 meer)

bepaling na "band"

prepositiegroep of conjunctiegroep

op:

affiche

festival

podium

uit:

land

"band" in adpositiegroep of conjunctiegroep bij een ander woord

bekend van de band ...

de rest van de band

de zanger van de band

in een band spelen

met de band op tournee

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met band?

artiest

dj

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.